B5_BROCHEZ_06.jpg
B5_BROCHEZ_01.jpg
B5_BROCHEZ_02.jpg
B5_BROCHEZ_03.jpg
B5_BROCHEZ_04.jpg
B5_BROCHEZ_05.jpg
B5_BROCHEZ_07.jpg
B5_BROCHEZ_08.jpg

Woning B – DC

Een half vergaan boerderijtje markeerde de kruising van 2 wegen.

Het gebouw was van het langhuistype. Mens en dier leefden er, met de rug naar het noorden gekeerd, onder één dak in het langgerekte gebouw.

De architectuur was simpel maar efficiënt. Met het allernoodzakelijkste bouwde men het meest elementaire. Bij aanvang van de werken werd het grondplan op ware grootte in de aarde getekend. Al bouwend kreeg het huis zijn definitieve plan. Architecten en aannemers kwamen hier niet aan te pas. De bewoner koos de locatie, bedacht het plan en bouwde zelf. Elk bouwelement heeft zijn plaats, alles heeft zijn reden, niets is overbodig, esthetiek of status zijn niet van tel.

We hebben de neiging dergelijke gebouwen te esthetiseren: we vinden die boerderijtjes mooi, knus en pittoresk. Nochtans was het leven voor de vroegere bewoners op overleven gericht en was het gebouw een antwoord op een nood. De ware schoonheid ligt in de authenticiteit: de oorspronkelijkheid van de bouwactiviteit.

De oude boerderijtjes leren ons iets.

Romantische zielen zien alleen het esthetische en bouwen er op de verkeerde plaatsen slechte kopieën van: gebouwde leugens.

Anderen, zoals Adolf Loos, zien in deze gebouwen een uiting van een pure architectuur. Met minimale middelen wordt heel functioneel een (bijna) autarkische woning geconstrueerd.

Tezelfdertijd is dit gebouw een gebaar waarbij de bouwactiviteit een rituele aangelegenheid is. Het huis grijpt in op het omringende agrarische landschap maar stoort niet. Deze waarachtigheid van vorm, materiaal en plan ervaren we als schoonheid.

De architectuurles die we kregen van het originele gebouw vertaalden we in het ontwerp van het nieuwe. Toen we het boerderijtje aantroffen was het verval onherroepelijk ingezet. Renoveren was geen optie meer.

Ook het nieuwe huis is een gebaar. Het gebaar in de betekenis die Bart Verschaffel het geeft in ‘Architectuur is (als) een gebaar. Over het echte als architecturaal criterium’ namelijk: het gebaar is een opdracht, een taak waarin men zich meet en waarin men met zichzelf en met anderen wedijvert. “ Architectuur als gebaar dus, als een variatie op de gegeven partituur of de ‘vorm’ van het huis, als het trots en zelfbewust bekrachtigen van de gemeenplaats van het huis zoals een kind het zou tekenen.” (1)

Zo is het nieuwe huis een variatie op het oude huis. De oude geest waart in het nieuwe. De plek behoudt haar betekenis en het huis wortelt in de landelijke bouwtraditie. Alles is gebleven.

 

(1) Hilde Heynen, André Loeckx, Lieven De Cauter, Karina Van Herck, ‘Dat is architectuur, sleutelteksten uit de twintigste eeuw’ Uitgeverij 010, Rotterdam 2001

Locatie: Nazareth Ingenieur: SEC bvba