B5_DIETER-BEP_12.jpg
B5_DIETER-BEP_10.jpg
B5_DIETER-BEP_08.jpg
B5_DIETER-BEP_09.jpg
B5_DIETER-BEP_05.jpg
B5_DIETER-BEP_04.jpg
B5_DIETER-BEP_07.jpg
B5_DIETER-BEP_11.jpg
B5_DIETER-BEP_01.jpg
B5_DIETER-BEP_06.jpg
B5_DIETER-BEP_02.jpg
B5_DIETER-BEP_03.jpg

Woning VE – DR

Het terrein is een kavel in een voormalig kasteelpark, in de nabijheid van Gent. Oude loofbomen bepalen de aanblik van de omgeving. Ertussen, verspreid, liggen villa’s.

Midden op het terrein staat een enorme, driehonderd jaar oude beuk. Eronder, rond de stam geplooid, beschut onder de kruin, ligt het volume van de woning.

De oorspronkelijke woning had een hybride vorm, iets tussen bungalow en villa, met referenties aan Amerikaanse suburbia- architectuur uit de jaren ’50 en ‘60.

De inplanting aan de rand van het perceel en de lineair gerangschikte woonfuncties rond de beuk waren de kwaliteiten van de oude woning. Het naar de oppervlakte brengen van deze kwaliteiten en ze versterken was de eigenlijke architectuuropdracht. Onder de oude schil huisde al de nieuwe identiteit.

De gedane ingrepen zijn doortastend maar ook heel precies.

Door het openbreken van de verkavelde binnenruimte ontstaat een ruimtelijke continuïteit. Dit wordt versterkt door een lange glaspartij. Een wandeling doorheen het huis rijgt de verschillende ruimten, sferen en de tuin aan elkaar. De reflectie, en de slanke zwarte metalen glaslatten verraden de aanwezigheid van glas. De diepte van het houten raamwerk bemiddelt tussen binnen en buiten.

Binnen wordt de tuin interieur, buiten wordt het interieur tuin. Een spel tussen dag en nacht.

Het bestaande huis had een hellend dak. Door de lage hellingsgraad en de vorm van de spanten was de zolderruimte niet bruikbaar en de dakbedekking uit kunstleien was aan vervanging toe. Het gehele dak werd verwijderd. Het langgerekte volume kreeg zijn balkvorm. Alle hout, tot de panlatten toe, werd gerecupereerd.

De verticaal aangebrachte beplanking omhult en isoleert het bestaande volume.

De horizontaliteit van het bouwvolume contrasteert met de verticale geleding van de verdiepingshoge  beplanking.

Het “nieuwe” huis is een paviljoen in een parkomgeving. De constructie van hout en glas is een vreemd object. Door schaal, afmetingen, textuur en materiaal blijft het echter onderschikt aan de omgeving.

Kleuren gebaseerd op Le Corbusiers Farbenklaviaturen uit 1931 onderscheiden de vrijstaande architecturale elementen in huis.

Het huis wordt in alle vrijheid gebruikt. Functies kunnen wisselen. De recuperatie is permanent. Het gebouw representeert alleen zichzelf.

Locatie: Gent Ingenieur: SEC bvba Fotografie: Frederik Vercruysse